Wanneer het hoofd te vol raakt.

Gepubliceerd op 7 maart 2026 om 11:01

We hebben het vaak over stress in de zorg. Over werkdruk, over roosters, over hoe je werk en privé in balans houdt. Over mantelzorgers die overbelast raken. Maar eigenlijk hebben we het weinig over iets anders: wanneer het hoofd te vol raakt. 

En ja, de laatste weken merken wij dat thuis ook. Sandy en ik werken allebei in de zorg, we staan niet meer allebei dagelijks aan het bed zoals vroeger, maar toch pakken we geregeld nog een weekenddienst mee. Gewoon omdat het werk blijft trekken. Omdat we het belangrijk vinden. Omdat we het vak kennen en het ook nog steeds fijn vinden om af en toe weer midden in de praktijk staan. 

En op zich is dat helemaal niet erg. Een weekend werken hoort erbij. Maar als dat weken achter elkaar gebeurt, en je leeft een beetje langs elkaar heen, dan komt er vanzelf een moment waarop je voelt dat het begint te schuren. Niet omdat er één probleem is. Maar omdat alles zich langzaam opstapelt. Werk, huishouden, afspraken, familie en alle andere verantwoordelijkheden. 
Op dit moment is Sandy bijvoorbeeld naar haar werk om een activiteit mee om te starten. Iets waar ze energie van krijgt en waar ze met plezier bezig is. En ik? Ik heb net mijn laptop opengeklapt om nog even mijn intervisie van maandag af te maken. Allemaal kleine dingen. Maar bij elkaar vullen ze het hoofd. 
Tot dat je merkt,  dat het rommelig wordt. 

in huis, maar vooral in je hoofd. Je hebt minder geduld, je bent sneller moe en de dingen die je normaal met liefde doet, voelen ineens anders. 

Bijvoorbeeld, langsgaan bij je ouderlijkhuis. Niet omdat het moet, maar omdat je het wilt. Omdat het belangrijk is. En toch kan het ineens voelen als een verplichting. Niet omdat je ouders veranderd zijn, maar omdat je eigen hoofd te vol zit. Dat is vaak het moment waarop je weet: Ik ben over mijn grens gegaan. Dan is het tijd om even pas op de plaats te maken. Ruimte creëren, nee te zeggen. Niet nog een extra dienst, niet nog een volle week, niet nog verder over je eigen grens. Want als je blijft doorgaan, wordt alles zwaar. 

En eigenlijk werkt het bij ouderen precies zo. Alleen zien we dat vaak minder snel of te laat. Het brein van ouderen verandert. Dat gaat sneller bij ziektebeelden zoals dementie of NAH. Het brein kan minder goed filteren, prikkels komen harder binnen en de informatie verwerken gaat trager. 
Waar wij nog kunnen denken, het is druk vandaag, straks wordt het wel rustiger, kan iemand met breinschade dat vaak niet meer. Voor hun geldt alles in hetzelfde moment. Daar komt nog iets bij, autonomie. Ouder worden betekent vaak dat er steeds meer uit handen wordt genomen. Niet meer zelf bepalen wanneer je opstaat. Niet meer zelf bepalen wat je op je boterham eet, niet meer zelfbepalen, hoelaat je uit je bed komt. Niet meer zelf bepalen wat je als avond eten gaat eten. Niet meer zelf bepalen, wie wanneer op bezoek komt. 

En dat voelt het brein haarfijn aan. Een mens heeft van nature behoefte aan controle, veiligheid en voorspelbaarheid. Wanneer die controle kleiner wordt, moet het brein harder werken om zich veilig te voelen. 
Gisteren kwam daar nog een mooi voorbeeld voorbij in een familiegesprek. Een bewoner die 2 maanden geleden hier is komen wonen gaf aan dat ze zich eigenlijk wel prettig voelde, maar er wel iets was wat haar stoorde. Rond half 10 's avonds komt er iemand binnen met de vraag of ze niet naar bed moet. Iets wat ze nog helemaal niet wil, ze wil het namelijk nog zelf bepalen. Ze vindt half 10 gewoon te vroeg. Ze wil zelf bepalen wanneer haar dag eindigt, ze wil zelf voelen wanneer ze moe is. Het lijkt een klein moment, maar juist deze dingen is autonomie. Wanneer je zelf kan bepalen hoelaat je naar bed gaat, wanneer je opstaat. Of je nog een kopje thee drinkt, of nog even televisie kijkt. In de zorg nemen we soms snel dingen over, uit zorg, uit gewoonte, uit efficiëntie. Maar misschien moeten we daar voorzichtiger mee zijn. Laat iemand in zijn waarde, laat iemand in zijn eigen cocon. Tenzij het echt uit de hand loopt. 

Wanneer het hoofd te vol raakt, reageren we allemaal hetzelfde. We worden korter, we trekken ons terug. Of we gaan juist overal in mee terwijl het eigenlijk teveel is. Bij onszelf herkennen we dat vaak wel. Bij ouderen noemen we het al snel gedrag. Maar misschien is het gewoon hetzelfde mechanisme. Het brein dat te weinig ruimte heeft. 

Soms begint goede zorg niet bij een oplossing. Maar bij het herkennen dat het hoofd vol zit. Bij onszelf en bij de ander. 

Reactie plaatsen

Reacties

Yvonne
een maand geleden

Mooi geschreven Sigrid, en zooo herkenbaar😇